3 PLEINENPLAN
Opdracht omschrijving 3 Pleinenplan
Er wordt een nieuwe visie op de openbare ruimte in de Indische Buurt ontwikkeld. De drie pleinen – het Obi-, Ambon en Boniplein vormen een rode draad waarvoor het projecteam, de stedenbouw kundigen van het Stadsdeel, de landschaps architect en het AFK plannen ontwikkelen. Het ambitie niveau ligt hoog.
De eerste stappen zijn gezet bij de opdracht aan Marien Schouten voor de Majellakerk, waardoor de architectonische kwaliteit van het gebouw zichtbaar is gemaakt en de binnenplaatsen zijn omgetoverd tot visueel openbaar groen. De opdracht van Marien Schouten rondom de Majellakerk is afgerond. Het Boniplein heeft ondertussen een metamorfose ondergaan en is gereed.
Bij de herinrichting ontstaan er nieuwe ruimtes en is de samenhang tussen de verschillende pleinen weer zichtbaar. De verhouding tussen gevels, geveltuintjes en maaiveld wordt herzien. Door het afsluiten van enkele straten wordt het hart van de buurt autovrij gemaakt. Onderdeel van het plan ‘hart van de buurt’ is de Ambonstraat. Deze heeft – met uitloop naar het Ambonplein en de Batjanstraat- een centrale functie voor de 3 pleinen. In het plan van SVP wordt dit onderdeel de loper genoeimd, deze loper is het belangrijkste onderdeel van de totale aanpak van de drie pleinen.
Het ambitie niveau voor de Ambonstraat ligt hoog, in de referenties voor de loper wordt aan een bestratingspatroon gerefereerd die een hoge beeldende kwaliteit bezit. Voor de Majellakerk op het Obiplein en de Ambonstraat ontstaat een nieuwe looprichting. Op dit langgerekte plein is het ritme van dag en nacht te zien. Kinderen gaan naar school, worden opgehaald. Tieners komen en zoeken hun plek. De openbare ruimte krijgt steeds impulsen. Het bewegen in de ruimte is een geimproviseerde universele dans.
Opdracht aan de kunstenaars is om een voorstel te ontwikkelen waarin patronen en impulsen het uitgangspunt vormen, om de maten te ontdekken en deze te visualiseren, de ruimtes te laten zien. Gedacht wordt aan (inter)- actieve verlichting, spotlights, in relatie tot bestratingpatronen.
Indien er een concrete link wordt gelegd in het voorstel van de kunstenaars voor de loper met de bebouwing van het Woningbedrijf Amsterdam, zal het WBA een financiele bijdrage aan het project toevoegen. Voorts is het van belang dat er enerzijds een samenwerking tussen kunstenaar en onwerpbureau tot stand wordt gebracht en anderzijds tussen kunstenaar en buurtbewoners.

Voorstel Kunsttoepassing:
Sporen van bewoners en gebruikers van het plein worden zichtbaar gemaakt.
tekening A
In blauwe lijnen zijn de belangrijkste loop-richtingen tussen portalen en toegangen tot het plein aangegeven. Op zoek naar een beeld waarbij bewoners en openbare ruimte letterlijk met elkaar worden verbonden .


tekening B
Een gestileerde versie van deze looprichtingen levert deze plattegrond op. Hoe verhouden de individuele sporen zich ten opzichte van de collectieve. Hoe meer mensen een bepaald traject gebruiken, des te breder is het gekleurde pad dat in de straat is aangegeven. Vanuit de portieken leiden kleinere sporen naar de grote hoofdstromen.
De paden zijn met een andere kleur steen, van eenzelfde maat, in de bestrating verwerkt. s’Avonds zijn de sporen zichtbaar door de verlichte led-stenen die om de 1,5 meter in looproutes zijn geplaatst. Een ander uitgangspunt is om het statische straten patroon kwijt te raken en het gevoel te geven van een aaneengesloten ruimte die meer aan een park doet denken.
Op het plein bevinden zich geen obstakels meer. Bomen kunnen vanuit de afgesloten tuin om de kerk doorlopen tot aan de paden. Kinderen kunnen de paden in hun spel betrekken. Paden slingeren zich om bomen alsof de boom er eerst stond en daarna het pad ontstond. Alleen de straatlantarens volgen nog het oude stratenpatroon.







3 PLEINENPLAN
2005
realisatie
Opdrachtgever:
Stadsdeel Zeeburg Amsterdam
gerealiseerd met bijdragen van:
Woningbouwcorporatie Ymere
Het Amsterdams Fonds voor de Kunst
Opdracht aan de kunstenaar was om een voorstel te ontwikkelen voor het ambonplein, waarbij gebruik gemaakt zou worden van verlichting in combinatie met bestratingspatronen. Uitgangspunt voor het kunstwerk dat Jaap de Jonge ontwikkelde was het zichtbaar maken van denkbeeldige sporen die bewoners en gebruikers van het plein achter zouden laten. Deze buurt waar sociale cohesie ontbreekt, en mensen langs elkaar heen leven, was de directe aanleiding voor het ontstaan van het beeld. Het bestratingspatroon verbindt letterlijk de portieken van bewoners met elkaar en benadrukt het collectieve gebruik van de openbare ruimte. Het plan van de Jonge ligt ook in het verlengde van de plannen van DS Landschapsarchitecten om alle fysieke obstakels, zoals muurtjes, hekjes en niveauverschillen te verwijderen, zodat de ruimte als één geheel kan worden ervaren. Door de richting van de bestrating samen met de gearceerde sporen worden de verschillende delen van het gebied visueel met elkaar verbonden. Het gladde reflecterende oppervlak van de lijnen zorgt er voor dat de paden, afhankelijk van de licht en weersomstandigheden, steeds een andere verschijningsvorm zullen hebben. s’Avonds worden de amberkleurige led’s aangeschakeld en voegen nog een extra dimensie toe aan het beeld.












